In het Eurazië van Metahaven is ook de toeschouwer ontheemd

METAHAVEN: EARTH — 6 okt 2018 t/m 24 feb 2019 – Stedelijk Museum Amsterdam

Een zestiendelig filmscherm met daarvoor een gekleurd kleed op een houten stellage. Daarachter een witte tribune met dáarachter posters, achter plexiglas. De installatie van Eurasia (Questions on Happiness)(2018) is een gelaagde filmervaring die het onmogelijk maakt om je af te sluiten voor de positie van de ander, zoals in een bioscoop. Metahaven gebruikt de zalen van het Stedelijk museum om de filmkijker zijn lichaam terug te geven, en richt zich dan tot de wereldburger.

Eurasia vertelt het verhaal van een fictief Europees-Aziatisch continent, gefilmd in de Oeral, Macedonië en bij de Obelisk; het monument op de grens tussen Azië en Europa. In Eurasia werkt de wereld als YouTube: onsamenhangende beelden volgen elkaar in hoog tempo op, met als bindende factor een drieluik aan Russische gedichten, voorgedragen door een vrouwenstem. Het is een grote greep, met daarin onder meer een televisie-interview waarin een vrouw vertelt over de doodsangst van Lars von Trier. Maar er wordt ook veelvuldig gebruik gemaakt van drone-opnames, die boven een bergachtig landschap vliegen en daar vloeiende opnames maken van een door koper vergiftigde rivier, of een statief dat midden in een berglandschap staat. Iemand vertelt over de doorbraak van gekrulde rietjes. Een valk. Een goederentrein die het landschap doorkruist op rails van Sovjet-makelij. De Italiaan Beppe Grillo die op een persconferentie zelfingenomen verkondigt hoe bijzonder het is dat hij als komediant politicus is geworden, en nu in zo’n serieuze situatie verkeert dat hij geen grappen meer kan maken. Frans Timmermans die zegt dat we in Europa een toekomst bouwen op een verleden dat niet bestaat. Voorzetarchitectuur in Skopje, die in Classicistische stijl de betonnen geschiedenis ontkent.

Kenmerkend voor Metahaven is dat dit sferische beeld wordt gecombineerd met grafische details: een gouden afspeelbutton, opvallende letters. En als de titel van de film in grote, sierlijke kapitalen op het scherm verschijnt, valt de film samen met het publiek. Op het met abstracte vormen bezaaide kleed voor de film zitten een jongen en een meisje, allebei in het zwart gekleed. Op de kraag van zijn bomberjack staan witte geborduurde letters in dezelfde Gotische stijl als de filmtitel. Zij draagt haar Levi’s 501 hoog in de taille met rafelige zoom. Het had een advertentie kunnen zijn in een kosmopolitisch modeblad; hun stadse kleding met daarachter een digitaal berglandschap, dat door een grafische truc langzaam verschiet van horizontaal naar verticaal.

Hoe iets eruit ziet – kleding of een film – drukt een gemeenschapsgevoel uit. Wat we dragen, of hoe we het scherm aankleden, geeft aan waar we bij willen horen: popcultuur, minimalisme, of zoals Metahaven en de jongen en het meisje: de creatieve industrie. Maar hoe definiëren we welke plek die gemeenschappen innemen, geografisch gezien? Wie bij de creatieve industrie wil horen, laat zich overal ter wereld opleiden, en vliegt van hot naar her voor een opdracht, ongehinderd door de afstand. Diezelfde wereldburger kijkt in het Stedelijk Museum vol verwachting omhoog, naar de schermen waarop de films van Metahaven vertoond worden. Wat brengt hen hier? Is het de vorm die Metahaven tot het gezicht van deze subcultuur maakt, of spreekt de inhoud hen ook aan? Want onder de grafische jas schuilt een serieuze vraag: wat gaan we kiezen als wereldbeeld?

Eurasia, een van de films in de overzichtstentoonstelling EARTH, laat zien hoe de oprichters van Metahaven in tien jaar tijd transformeerden van gewilde grafisch ontwerpers tot volgroeide filmmakers. Na jarenlang typefaces zoals die op de kraag van de jongen uit de vergetelheid te hebben opgerakeld, is vormgeving nog steeds een visueel aspect van het werk. De jongen en het meisje op het tapijt zijn exemplarisch voor de mening die ik over Metahaven gevormd heb: het ziet er goed uit, maar net als bij mode is het soms zoeken naar de relevantie. Toch zie ik in hun nieuwe werk, zo ook Eurasia, een persoonlijke betrokkenheid die ik niet eerder zag. Er is ruimte voor poëzie, en kwetsbaarheid.

Dat is opvallend omdat Metahaven vooral bekend kwam te staan om hun heftige digitale identiteit, waarbij fel kleurgebruik en kitch niet geschuwd werden. Dat oprichters Daniel van der Velden en Vinca Kruk de kloof wisten te dichten tussen design en kunst is een zeldzaamheid. Toch was het voor hen logisch, en komen zij met een goed verhaal over hun onderzoek dat de grenzen van grafische formats steeds verder wilde oprekken. Omdat Van der Velden en Kruk ook al teksten schreven was de stap naar film snel gemaakt. Een realistische fictieschrijver was geboren, samengesteld uit twee personen, die zich Metahaven noemen. Ontwerpers eten uit hun hand en hun stijl wordt regelmatig gekopieerd.

Maar zelf laten Van der Velden en Kruk zich liever inspireren door de Russische filmmaker Andrej Tarkovski. Die inspiratiebron uit zich in Eurasia met name in het kleurenpalet, maar soms ook letterlijk, door Tarkovski’s personage De Stalker uit zijn gelijknamige film op te nemen in een animatie. Ook conceptueel lijkt Stalker een instruerende rol te hebben gespeeld: zoals de wind in Stalker een personage is, zou je kunnen stellen dat het gekleurde tapijt voor de film een personage van Eurasia is. Het wordt niet geïntroduceerd, heeft geen script en toch stuurt het de blik. En ten slotte is de ratio tussen verhaal en beeld in Eurasia nagenoeg gelijk aan Stalker. Het verhaal van Eurasia is eenvoudig genoeg gebaseerd op dat drietal Russische rijmpjes. In de onsamenhangende montage ontvouwt zich iets dat door Metahaven zelf wordt omschreven als deels gedicht, deels science-fiction en deels documentaire, toegespitst op een kijker die snel is afgeleid – dit in tegenstelling tot hun Russische inspiratiebron die zich in zijn leven toelegde op het filmen van de traagheid.

De onderliggende vraag die Eurasia onderzoekt is wat het Europees-Aziatisch werelddeel betekent ten tijde van nepnieuws en technologische innovatie. Een nieuwe zijderoute ligt klaar om Rotterdam te verbinden met China. De eerste trein is al aangekomen, aldus is de toekomst nabij. Maar anders dan de vorige zijderoute betreft het dit keer niet uitsluitend een geografisch netwerk. We hebben nu te maken met onbegrensde digitale stromingen: geglobaliseerde economie, identiteitspolitiek, culturele diversiteit. Dat maakt het zo fascinerend dat er in Metahaven’s Eurasia een goederentrein te zien is maar dat er ook allerlei televisiefragmenten samenkomen uit verschillende werelddelen. Bovendien vindt deze tentoonstelling ook plaats in Londen, terwijl ik in Amsterdam ben. Ten tijde van de vorige zijderoute was dat nog een kostbare, zo niet onmogelijke operatie, maar tegenwoordig is het een kwestie van een toetscombinatie: ctrl + c, ctrl + v, en één film wordt twee.

Die fluïditeit van de wereld, on- en offline, is in Eurasia poëtisch en confronterend tegelijk. Technologie brak de geografische grenzen van de planeet af, maar als tastbare grenzen vervagen blijft cultuurverschil bestaan. In het Eurazië dat Metahaven schetst, hebben we te maken met cultuurverschil zonder geografische verklaring. De verklaring moeten we zoeken in onszelf, en in elkaar. We zoeken het in onze kleding, de mensen naast ons, om tot de schokkende ontdekking te komen dat geografische identiteit veel minder eenduidig is dan we vaak denken.

Metahaven maakt zich dan ook terecht zorgen om het wereldbeeld dat door media wordt geschetst. Dat de films van Metahaven steeds serieuzer van toon worden lijkt verbonden met de filmtrend van de nieuwe ernst. Filmmakers kiezen voor de oprechtheid, om zich te engageren. Volgens Metahaven (in een interview met The Guardian) verbinden alleen de Sacha Baron Cohens van deze wereld zich nog aan hun publiek via de ironie. Ironie, als middel, heeft volgens hen geen effect meer, omdat het berust op een buitenstaanderspositie, vanwaar kan worden gelachen om zaken die ons niet rechtstreeks treffen. Van een dergelijke positie is volgens Metahaven geen sprake meer: in een digitaal netwerk is iedereen ontheemd. Daarom is Eurasia verstoken van absurditeit of sarcasme. De film werkt als een antistof tegen de ultra-ironische toon van social media.

Met de ontheemding van de digitale wereldburger is de filmkijker automatisch ook in een nieuwe situatie terechtgekomen. Het feit dat ik op de tribune zit, en kijk naar mensen op een tapijt, in hun rol als toeschouwer, maakt dat Eurasia geen onderdompeling is, zoals met de term immersive cinema wordt verkondigd in de persberichten. Kijkend naar Eurasia verdwijn je niet in een alternatieve wereld, zoals in Tarkovski’s Stalker, maar wordt je juist voortdurend teruggeworpen op het filmkader.

Slim gebruik van grafische trucage, benadrukt dat statement nog eens. Een van de mooiste fragmenten van Eurasia ontstaat als Metahaven een gouden bies langs de randen van de zestien beeldschermen laat glijden, die samen een groot scherm vormen. De eenheid van het beeld wordt doorbroken, wat ik niet los kan zien van de inhoud van de film: Eurazië is een containerbegrip, en bestaat uit meer dan 90 eigen horizonten. Dat Metahaven in dit werk maar blijft benadrukken dat de wereld fragmentarisch is, draagt dan ook een heldere boodschap uit; geloof niets en begin dan met kijken.